Engels

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bästa utökade.svg
Dit artikel is genomineerd voor een WikiKids Award!
Stemmen kan op deze pagina »
Landen waar het Engels een officiële taal is.

Het Engels (Engels: English) is een (wereld)taal die over de hele wereld gesproken wordt. Het Engels is in 55 landen en 27 afhankelijke gebieden een officiële taal. De belangrijkste landen waar Engels gesproken wordt zijn het Verenigd Koninkrijk, Ierland, de Verenigde Staten, Canada, Zuid-Afrika, India, Australië en Nieuw-Zeeland. In sommige van deze landen zijn er ook nog andere officiële talen. Het Engels is qua aantal moedertaalsprekers de 3e taal ter wereld; enkel het Chinees en Spaans hebben meer moedertaalsprekers. Als je ook mensen meetelt die Engels als vreemde taal spreken, is het Engels de meest gesproken taal.

De taal is in de 20e eeuw de belangrijkste internationale taal geworden en nam de positie van het Frans over. Dit had te maken met de toenemende macht van de Verenigde Staten in de wereld. De verspreiding van de Engelse taal als moedertaal is te danken aan het Britse Rijk. Het Verenigd Koninkrijk had vele koloniën, waar nu nog steeds Engels wordt gesproken. Daarnaast is het Engels een belangrijke taal geworden door de toenemende internationale handel, de vele boeken, televisieseries en films uit Engelstalige landen en het aanbieden of verplicht stellen van Engels als schoolvak. Ook veel internationale organisaties gebruiken het Engels; bij de Verenigde Naties en de Europese Unie is het Engels één van de vergadertalen.

Het Engels heeft 335 miljoen moedertaalsprekers en daarnaast spreken nog eens 750 miljoen mensen het Engels als vreemde taal. De taal is onderdeel van de Germaanse talen en is verwant aan het Nederlands en het Duits. Het Fries lijkt overigens het meest op het Engels. Het Frans heeft grote invloed gehad bij het ontstaan van het moderne Engels. Engels wordt gezien als een regelmatige taal qua grammatica. Het Engels vervoegt (haast) geen werkwoorden, heeft geen geslachten en heeft daarnaast haast afwijkende meervoudsvormen. Qua spelling is Engels echter minder regelmatig. De schrijfwijze van het Engels is verouderd, terwijl de gesproken taal zich heeft doorontwikkeld. Hierdoor is de taal niet altijd fonetisch; zoals het geschreven wordt, wordt het niet altijd uitgesproken.

Verspreiding en variatie

Als officiële taal

Engels is in de volgende landen de officiële taal of één van de officiële talen. In landen met meerdere talen neemt het Engels vaak een belangrijkere positie in:


Onder de afhankelijke gebieden waar Engels wordt gesproken vallen alle Britse (bijv. de Falklandeilanden en Gibraltar) en Amerikaanse overzeese gebieden (bijv. Puerto Rico en Amerikaans-Samoa), de Nederlandse eilanden Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten en het Chinese gebied Hongkong.

Waarom de internationale taal?

Daarnaast zijn er nog vele landen waarin het Engels wordt gesproken door een groot gedeelte van de bevolking als tweede taal. Dat het Engels wordt gesproken heeft verschillende redenen. De motiverende factor achter deze redenen is dat Engels de officiële taal is in twee belangrijke landen, namelijk het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Deze twee landen zijn grote economieën met veel macht in de wereld. Engels is tegenwoordig belangrijk, omdat het in veel gevallen gesproken wordt. Voorbeelden zijn:

  • Toerisme: Als je op reis gaat naar een ander land, wordt vaak het Engels gebruikt om te communiceren. Hierdoor hoeft de reiziger de officiële taal van het land niet te leren om goed te kunnen communiceren met elkaar. Iemand die op vakantie gaat naar Spanje hoeft hierdoor geen Spaans te kunnen. De reden hiervoor is, dat als men vaak naar een ander land gaat, hij/zij anders niet in staat is te communiceren met iemand (op een hoog niveau). Overigens verschilt het per land hoeveel mensen Engels spreken. In Frankrijk ligt het aantal mensen dat Engels kan bijvoorbeeld lager dan in Zweden.
  • Handel: In de internationale handel wordt ook vaak Engels gebruikt. De reden hiervoor is hetzelfde als bij toerisme. Veel internationale bedrijven gebruiken Engels binnen het bedrijf om te communiceren tussen afdelingen in verschillende landen. Ook tussen een bedrijf in bijvoorbeeld België en Griekenland wordt vaak in het Engels gecommuniceerd. Aangezien veel landen de Verenigde Staten als belangrijke handelspartner hebben wordt communiceren in het Engels ook gestimuleerd.
  • Politiek: In de internationale politiek wordt ook vaak Engels gebruikt. Veel internationale organisaties gebruiken Engels als vergaderzaal of één van de vergaderzalen. In de Verenigde Naties is Engels samen met Frans, Spaans, Arabisch, Russisch en Chinees een vergaderzaal. Hierdoor zal de president van Frankrijk vaak in het Frans spreken en de president van Argentinië in het Spaans. Landen wiens taal geen vergadertaal is, gebruiken vaak het Engels. Zo zal de premier van Zweden of de president van Suriname eerder het Engels gebruiken.
  • Onderwijs: Veel opleidingen verwachten een bepaald niveau Engels. In zowel Nederland als Vlaanderen is Engels een verplicht vak op de middelbare school. In Nederland zijn er daarnaast nog vele opleidingen in het Engels; in Vlaanderen is dat minder het geval. Ook voor studeren in het buitenland is vaak Engels nodig. Doordat Nederlandse opleidingen Engelstalig zijn en vaak goedkoper zijn dan in het Verenigd Koninkrijk, studeren ook veel Britten in Nederland. Ook is het Engels belangrijk bij uitwisselingsprogramma's.
  • Media: In de media wordt veel Engels gebruikt. Veel muziek, veel films en televisieseries zijn Engelstalig. In Nederland en België worden deze vaak ondertiteld, behalve de series voor kinderen. In Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje worden deze echter vaak nagesynchroniseerd. Dit betekent dat een Engelstalige serie in Duitsland met Duitse stemacteurs opnieuw wordt ingesproken. In landen waar ondertiteling gebruikt wordt, ligt het aantal mensen die Engels spreken vaak hoger. Door de vele media in Engels pikken deze mensen ook snel Engels op en dit draagt ook bij aan de status van het Engels als internationale taal.

In Europa is het Engels de meest verspreide taal. In de Europese Unie spreekt zo'n 51% van de bevolking Engels. Het Engels is in Europa de officiële taal in het Verenigd Koninkrijk, Malta en Ierland. Landen waarin veel mensen Engels als vreemde taal spreken zijn Nederland, Noorwegen, IJsland, Denemarken, Zweden, Finland, België en Cyprus. De landen waar de minste mensen Engels spreken zijn Hongarije, Spanje, Italië, Slowakije en Rusland. Hierbij moet worden opgemerkt dat in Oost-Europa voor de val van het communisme in 1991 het Russisch een belangrijke taal is. Tegenwoordig spreekt voornamelijk de jeugd Engels. Ook hier verschilt het per land; in Estland en Tsjechië zijn er veel hogere aantallen sprekers van het Engels dan in Wit-Rusland.

Brits-Engels vs. Amerikaans-Engels

Brits-Engels Amerikaans-Engels Vertaling
Aeroplane
Airplane
Vliegtuig
Cutlery
Silverware
Bestek
Aubergine
Eggplant
Aubergine
Maize
Corn
Maïs
Biscuit
Cookie
Koekje
Torch
Flashlight
Zaklamp
Chips
(French) fries
Patat/friet
Tap
Fauget
Kraan
Reception
Front desk
Receptie
Loo
Restroom
Toilet/WC
Timetable
Schedule
Schema
Exam
Test
Examen
Railway
Railroad
Spoorweg
Parcel
Package
Pakketje
Pocket money
Allowance
Zakgeld
Underground
Subway
Metro
Queue
Line
Rij
Film
Movie
Film
Post
Mail
Post
Ladybird
Ladybug
Lieveheersbeestje
Crisps
Chips
Chips
Courgette
Zucchini
Courgette
Petrol
Gas(oline)
Benzine
Lift
Elevator
Lift
Football
Soccer
Voetbal

Het Engels heeft vele varianten en dialecten, maar de twee belangrijkste twee varianten zijn het Brits-Engels en het Amerikaans-Engels. Het Brits-Engels wordt in het Verenigd Koninkrijk (en Ierland) gesproken en het Amerikaans-Engels in de Verenigde Staten. Beide varianten worden wereldwijd veel gebruikt. Het Brits-Engels wordt vaak als formeler en officiëler gezien, terwijl het Amerikaans-Engels onder niet-Engelstaligen vaker gebruikt wordt. Tussen de twee varianten zit verschil in uitspraak, maar ook in woordenschat en in spelling.

Neem het Engelse wordt voor "vliegtuig". In het Amerikaans-Engels is dit "airplane", maar in het Brits-Engels is dit "aeroplane". Een ander kenmerk van het Amerikaans-Engels is dat de woorden die in het Brits-Engels eindigen op "-our" in het Amerikaans-Engels eindigen op "-or". Een voorbeeld is "color" (kleur) in het Amerikaans-Engels en "colour" in het Brits-Engels. Qua uitspraak is er een verschil in de uitspraak van de letter /r/. Deze is in het Amerikaans-Engels duidelijk uitgesproken, maar in het Brits-Engels wordt deze minder duidelijk of niet uitspraak. Om het nog onlogischer te maken, gebruikt het Brits-Engels soms een /r/ op de plaats waar geen /r/ hoort te staan. Ook is een verschil in uitspraak van de /a/. Neem het woord "can't" (niet kunnen). Dit wordt in het Amerikaans-Engels uitsproken als kent en in het Brits-Engels als kahnt.

In de grammatica is er ook een verschil, maar dit is heel klein. Het Amerikaans-Engels gebruikt bij sterke werkwoorden soms andere varianten dan het Brits-Engels. Ook zal een Brit sneller "shall" gebruiken dan "will" (beide vormen van "zullen"). Over het algemeen zijn de verschillen klein en kunnen sprekers van beide dialecten elkaar verstaan. De situatie is vergelijkbaar met die van het Vlaams en het Standaardnederlands. Op de meeste scholen is zowel Amerikaans-Engels als Brits-Engels toegestaan, mits men één variant blijft gebruiken.

Dialecten

Het Amerikaans- en het Brits-Engels worden soms gezien als dialecten van het Engels, maar binnen deze varianten zijn er ook weer veel dialecten. In het Amerikaans-Engels is er bijvoorbeeld een verschil in het dialect tussen de Noordelijke staten en de Zuidelijke staten. Ook zijn er bepaalde dialecten voor Latino's en Afro-Amerikanen. Het Brits-Engels heeft enorm veel dialecten. In de hoofdstad Londen was het aantal dialecten rond 1900 zo groot, dat men soms zelfs kon horen uit welke straat iemand kwam! Ook in het Verenigd Koninkrijk is er een verschil tussen noord en zuid, maar ook met Wales, Schotland en Noord-Ierland. In Ierland gebruikt men ook Brits-Engels, aangezien Ierland tot 1922 onderdeel was van het Verenigd Koninkrijk. Ierland gebruikt echter hetzelfde dialect als Noord-Ierland. Soms wordt er gesproken van een Iers-Engels.

Je kunt zeggen dat ieder Engelstalig land zijn eigen dialect van het Engels heeft. In Canada gebruikt men Canadees-Engels, dat een combinatie is van het Brits- en Amerikaans-Engels (zowel in uitspraak als schrijfwijze). De uitspraak Eh? is typisch Canadees en is een vraag die je stelt om te weten of iets zeker zo iets (vergelijkbaar met toch?). In de Caribische landen (en Belize en Guyana) spreekt men het Caribisch-Engels, dat ook beïnvloed is door onder meer Frans. Het Australisch-Engels is een bekend Engels dialect en heeft als kenmerk dat het soms agressief klinkt en aan het einde van de zin een hoge toon heeft. Daarnaast is het Indiaas-Engels nog een bekend dialect, wat weer invloed heeft gehad van het Hindi. Onthoud dat al deze dialecten ook te verdelen zijn in kleinere dialecten.

Grammatica

Lidwoorden (articles)

In het Engels zijn er slechts twee lidwoorden; a(n) (een) en the (het/de). "A" of "an" is een onbepaald lidwoord en kan in het Nederlands vertaald worden met een. Je zal denken dat dit eigenlijk twee onbepaalde lidwoorden zijn, maar het is precies hetzelfde. "A" is de standaardvorm die je gebruikt, bijvoorbeeld "a dog" (een hond) of "a cat" (een kat). Je gebruikt "an" wanneer het woord dat erachter staat begint met een klinker, bijvoorbeeld "an egg" (een ei). Soms gebruik je "an" ook wanneer er wel een klinker staat. Dit heeft te maken met de uitspraak. Je zegt bijvoorbeeld "an hour" (een uur) in plaats van "a hour". Waarom? Bij het woord "hour" wordt de h niet uitgesproken, dus gebruik je "an" in plaats van "a".

Het tweede lidwoord is "the" en kun je in het Nederlands vertalen met het of de. The is een bepaald lidwoord en er bestaan geen andere versies van. The kun je in principe voor elk woord zetten, bijvoorbeeld "the dog", "the cat", "the egg" en "the hour".

Meervoud (plural)

De Engelse meervoudsvormen zijn erg regelmatig. Het overgrote gedeelte van de woorden wordt in meervoud gezet door een "-s" achter het woord te zetten. Bijvoorbeeld dog wordt dogs en cat wordt cats. Bij sommige worden die een f als laatste of één na laatste letter hebben wordt "-(e)s" gebruikt en wordt de "f" omgezet in een "v". Het woord "shelf" (plank) wordt "shelves" en "knife" (mes) wordt "knives".

Daarnaast zijn er nog een aantal uitzonderingen, maar dit is een klein lijstje. In veel Engelse boeken bestaat zo'n laatste uit nog geen 10 woorden. De meest gebruikte zijn; "man" (man) wordt "men", "woman" (vrouw) wordt "women", "mouse" (muis) wordt "mice", "foot" (voet) wordt "feet", "tooth" (tand) wordt "teeth", "child" (kind) wordt "children", "goose" (gans) wordt "geese", "quiz" (quiz) wordt "quizzes", "person" (persoon) wordt "people", "datum" (datum) wordt "data" en "ox" (os) wordt "oxen". Het woord "fish" (vis) heeft zowel "fish" (zonder verandering) en "fishes" als meervoudsvorm. De woorden "sheep" (schaap), "tuna" (tonijn), "bison" (bison) en "swine" (zwijn) blijven hetzelfde in meervoud. Sommige leenwoorden uit het Latijn hebben tevens een afwijkende meervoudsvorm.

Werkwoorden (verbs)

De werkwoorden in het Engels worden over het algemeen nauwelijks vervoegd. Ze worden verdeeld over de tijd waarin ze staan (tense) en de persoon waarin ze staan (person). Het Engels heeft verschillende werkwoordtijden, die soms iets van het Nederlands afwijken. Je hebt - net als in het Nederlands - de verleden tijd (past), de huidige tijd/heden (present) en de toekomstige tijd (future). Deze kun je weer combineren met "onvoltooid" (simple), "voltooid" (perfect) en "of het bezig is" (continuous).

Het Engels heeft zowel regelmatige werkwoorden als onregelmatige werkwoorden. De onregelmatige werkwoorden moet men apart leren. Bij de onregelmatige werkwoorden gaat het echter alleen om een afwijkende verledentijdsvorm en een afwijkend voltooid deelwoord. Een voorbeeld van een regelmatig werkwoord is "to work" (werken). Het rijtje dat bij "work" is; work(s) (heden), worked (verleden) en worked (voltooid deelwoord). Bij regelmatige werkwoorden wordt in de verleden tijd en bij de verleden tijd "-ed" krijgen als achtervoegsel. Dit is bij alle regelmatige werkwoorden het geval. De "-s" bij de huidige tijd/heden wordt enkel gebruikt wanneer je spreekt van "he/she/it" (hij/zij/het). De "-s" wordt zowel bij regelmatige als onregelmatige werkwoorden gebruikt in de huidige tijd. In de verleden tijd komt deze niet voor. Onregelmatige werkwoorden hebben een afwijkende verleden tijd en een afwijkend voltooid deelwoord. Deze moet men uit het hoofd leren; er zijn geen regels voor. Een voorbeeld is het werkwoord "to take" ((mee)nemen). Hierbij is het rijtje; take (heden), took (verleden) en taken (voltooid deelwoord).

Je ziet dat als werkwoorden in infinitief staan, dat men "to" voor het werkwoord zet. Dit is om duidelijk te maken dat er het een werkwoord is. Wanneer men het werkwoord gebruikt laat men dit (vaak) weg. De reden voor het gebruik van "to" is, dat veel werkwoorden ook een zelfstandig naamwoord zijn. "Work" betekent namelijk ook "werk" (als in een baan of een plaats waar men werkt). Bij "to work" weet men dat het om een werkwoord gaat. Overigens gebruikt men "to" vaak in leerboeken van Engels.

Drie werkwoorden die helemaal afwijken zijn "to be" (zijn), "to have" (hebben/moeten) en "to will" (zullen). De werkwoorden moeten van buiten worden geleerd. Overigens zijn dit de enige drie werkwoorden die helemaal afwijkend zijn en worden redelijk vaak gebruikt. De twee werkwoorden zijn hulpwerkwoorden en worden soms in combinatie met andere werkwoorden gebruikt. In de voltooide tijd gebruikt men namelijk "to have" om duidelijk te maken dat het voltooid is. "To be" gebruikt men om te zeggen dat "iets nog bezig is/was". "To will" gebruikt in de toekomstige tijd gebruikt om duidelijk te maken dat iets in de toekomst zal gebeuren. "To will" betekent overigens niet "willen"; daarvoor is het werkwoord "to want" (dat regelmatig is).

De drie hulpwerkwoorden kunnen worden afgekort tot één woord in veel gevallen. Dit gebeurd in informeel taalgebruik en niet in formeel taalgebruik. Een voorbeeld is "I am" (ik ben), wat afgekort (I'm) wordt. De betekenis blijft hetzelfde, maar de eerste is formeler dan de tweede. "I am" wordt vaak gezegd in officiële gevallen, zoals op werk of bij het schrijven van brieven naar een overheidsinstelling. "I'm" wordt gebruikt met vrienden en familie.

Woordenschat

Herkomst

Het Engels heeft een grote woordenschat in vergelijking met andere talen. Meestal zijn er in het Engels twee woorden voor hetzelfde begrip. Eén woord heeft een Germaanse herkomst en één woord heeft een Romaanse herkomst. Een voorbeeld is het Engelse woord voor vrijheid; dit kan zowel vertaalt worden als "freedom" (Germaanse herkomst) en "liberty" (Romaanse herkomst). Het is onduidelijk hoeveel woorden er in het Engels zijn. In sommige landen zijn er namelijk nog eigen woorden; alleen al tussen het Amerikaans- en Brits-Engels is een groot verschil in woordenschat. In de Oxford Dictionary staan zo'n 500.000 woorden.

Hoewel het Engels een Germaanse taal is, heeft slechts 25% van de woordenschat een Germaanse herkomst. Bijna 60% van de woordenschat komt uit Romaanse talen; 28,3% uit het Frans en 28,2% uit het Latijn. De reden hiervan is dat Engeland lang is geregeerd door de hertogen van Normandië, een streek in Frankrijk. Latijn kwam ook naar Engeland door middel van het christendom, aangezien de Bijbel in het Latijn geschreven is. Voor veel woorden met een Franse of Latijnse oorsprong was geen Engels woord, dus werd het Latijnse of Franse woord overgenomen. In geldt ook voor de woorden met een Griekse oorsprong (zo'n 5%), maar Griekse woorden zijn komen vooral voor in medische en wetenschappelijke termen. De leenwoorden uit het Grieks, Latijn en Frans zijn over de eeuwen heen wel vervormd en worden tegenwoordig vaak anders uitgesproken.

Zo'n 7% van de woordenschat heeft een onbekende oorsprong en 1% komt uit andere talen. In het Engels zijn er overigens ook woorden met een Nederlandse oorsprong. Voorbeelden zijn "boss" (baas), "cookie" (koekje), "dyke" (dijk), "easel" (ezel), "Santa Claus" (Sinterklaas), "waffle" (waffel) en "wagon" (wagen). Deze woorden komen voornamelijk voor in het Amerikaans-Engels. Overigens heeft het Engels een grotere invloed gehad op het Nederlands, dan het Nederlands op het Engels.

Basiswoordenschat

Algemeen
Nederlands woord Engelse woord Uitspraak Nederlands woord Engelse woord Uitspraak
Hallo Hello Hellow Dag (afscheidsgroet) Bye Bahj
Naam Name Neem Achternaam Lastname Lastneem
Man Man Men Mannen Men Menn
Vrouw Woman Woeman Vrouwen Women Wimen
Goed Good Goed (met de g als in het woord goal) Slecht Bad bæd
Ja Yes Jes Nee No No
Kleuren
Rood Red Rèhd Blauw Blue Bloe
Geel Yellow Jello Zwart Black Blèk
Wit White Waait Groen Green Grien (met zachte g)
Oranje Orange Orundzj Paars Purple Roze

Pink Pink

Tastbaar
Eten Food Foewd Kleding Clothes Klow-ths
Thuis Home Hoom Plaats Place Plees
Ding Thing Thing (zet je tong tegen je tanden) Iets Something Somthing

Alfabet/Letters uitspraak en schrijven

Engels is qua schrijven is niet vrij makkelijk omdat het niet fonetisch is! Hier een overzicht er van letters en andere combinaties.

  • A-klank voor de letters A, U
  • E-klank voor de letters A, E, en combinaties EA
  • F-klank voor de letter F en combinatie PH
  • Uitspraak van Dzj voor de letters G en J en combinatie DG
  • H-klank gewoon voor de letter H, soms is de H stom
  • I-klank voor de letters E, I, Y en combinaties EE, EA, IE, EI
  • J-klank voor de letters Y en I
  • K-klank voor de letters K, Q, C en combinatie CK
  • S-klank voor de letters S en C

Engelse woorden in het Nederlands

De volgende Engelse leenwoorden komen in de Nederlandse taal voor. Sommige van deze woorden kunnen een andere schrijfwijze in het Engels dan in het Nederlands hebben. Hierbij is gekozen voor de Nederlandse schrijfwijze:

  • Skippybal
  • Skydiven
  • Slogan
  • Slow-motion
  • Smartphone
  • Smiley
  • Sms
  • Snack
  • Snackbar
  • Soap
  • Social media
  • Softbal
  • Software
  • Soundmix
  • Spaceshuttle
  • Spam
  • Spareribs
  • Special effects
  • Speeddate
  • Spoiler
  • Spotlight
  • Stalken
  • Stand-by
  • Statement
  • Steak
  • Steward(ess)
  • Streamen
  • Stress
  • Superster
  • Supporter
  • Surfen
  • Survival
  • Swag
  • Sweet sixteen
  • Tablet
  • Tag
  • Take away
  • Talkshow
  • Tape
  • Tattoo
  • Team
  • Tennis
  • Ticket
  • Tissue
  • Toast
  • Top
  • Touchscreen
  • Trailer
  • Trend
  • Truck
  • T-shirt
  • Twitteren
  • Undercover
  • Updaten
  • Uploaden
  • Vintage
  • Vlog
  • Voicemail
  • Voice-over
  • Volleybal
  • Webcam
  • Webshop
  • Website
  • Weddingplanner
  • Weekend
  • Whiplash
  • Widget
  • Wifi
  • Winegum
  • Workaholic
  • Workout
  • Wrap
  • Zappen


Bronnen

  • Het artikel op Wikipedia (gezien op 24 mei 2020)
  • Lijst met Engelse woorden in het Nederlands (gezien op 24 mei 2020)
  • (en) Dekeyser, X., Devriendt, B., Tops, G.A.J. & Geukens, S. (2012). Foundations of English Grammar. For University learners and Advanced Learners. Uitgeverij: Acco Leuven.
  • (en) Gairns, R. & Redman, S. (2017). Oxford Word Skills. Advanced. Uitgeverij: Oxford University Press.
  • (en) Mauk, D. & Oakland J. (2018). American Civilization. Uitgeverij: Roudledge.
  • (en) Oakland, J. (2018). Britisch Civilization. Uitgeverij: Roudledge.


 
Germaanse talen

Noord-Germaanse Talen: Deens · Zweeds · Noors · IJslands · Faeröers
West-Germaanse Talen: Afrikaans · Duits · Engels · Nederlands · Fries · Luxemburgs · Jiddisch

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Engels&oldid=631791"